Wat te doen als adviseur bij een onaangekondigd bezoek van de FIOD?
Recent zag ik in de praktijk twee nagenoeg identieke situaties. Na vragen van de inspecteur aan (de belastingadviseur van) de belastingplichtige over ingediende aangiften – waarop adequaat was gereageerd – bleef het enige tijd stil. Kort daarna was er een onaangekondigd bezoek van de FIOD bij het belastingadvieskantoor met een vordering tot afgifte van stukken (art. 126nd Sv). Daarbij werd ook kenbaar gemaakt dat de opsporingsdienst de betrokken adviseurs als getuige wilde horen. Hoe dient de adviseur in deze situatie te handelen?
Het kantoor wordt in dergelijke situaties geconfronteerd met een verstrekkende vordering. Vaak worden niet alleen volledige aangifte‑ en adviesdossiers opgevraagd, maar ook (interne) e‑mail‑ en WhatsApp‑correspondentie.
In beginsel moet de adviseur aan zo’n vordering voldoen. Doet hij dat niet, dan levert dat het strafbare feit op van het niet voldoen aan een ambtelijk bevel (art. 184 Sr). Een belangrijke uitzondering geldt voor stukken die onder het (afgeleid) verschoningsrecht vallen, zoals correspondentie met een advocaat of notaris. Mocht de FIOD ook die vertrouwelijke stukken willen hebben, dan is het verstandig deze separaat aan te leveren met de vermelding dat deze onder het verschoningsrecht vallen en om die reden in handen van de rechter(‑commissaris) dienen te worden gesteld.
[....]