Uitspraak Hoge Raad leidt tot nieuwe discussie over belastingrente
Sinds 2014 gold voor de vennootschapsbelasting een hoger rentetarief dan voor andere belastingen, dat opliep tot 10 procent. De Hoge Raad oordeelde in januari dat dit onderscheid in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. De Belastingdienst past sindsdien het reguliere, lagere percentage toe. Dat gebeurt niet alleen bij te betalen belastingrente, maar ook wanneer belastingplichtigen recht hebben op een rentevergoeding. Juist over dat laatste bestaat juridisch discussie, omdat het hogere percentage formeel nog in het Besluit belasting- en invorderingsrente staat.
Volgens de auteur is verdedigbaar dat vennootschapsbelastingplichtigen voor bepaalde rentevergoedingen toch aanspraak kunnen maken op het hogere tarief. Vooral voor de periode tot het arrest van 16 januari 2026 kan het vertrouwensbeginsel daarvoor een basis bieden: belastingplichtigen mochten mogelijk vertrouwen op de toen geldende regelgeving. Het gaat waarschijnlijk om een beperkte groep en rentevergoedingen komen relatief weinig voor. De onduidelijkheid onderstreept wel de noodzaak om de regelgeving snel in overeenstemming te brengen met het arrest.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op Taxlive.