Lijfrenten en fiscale onzuiverheid: nieuwe regels, oude problemen
Als een pensioenaanspraak fiscaalrechtelijk onzuiver is geworden, maar er op dat moment om wat voor reden dan ook geen loonheffing heeft plaatsgevonden, dan vindt loonheffing alsnog bij latere uitkering plaats. Dat is kort gezegd wat art. 10 lid 4 Wet LB 1964 al sinds jaar en dag bepaalt. De achtergrond: het voorkomen van claimverlies, met name in eigenbeheersituaties. Maar de bepaling geldt ook voor alle andere toegelaten uitvoerders.
Sinds 2026 kennen we voor de inkomstenbelastingheffing een tegenhanger; art. 3.100 lid 4 Wet IB 2001. Begrijpelijk, lijfrenten vallen namelijk buiten het bereik van art. 10 lid 4 Wet LB 1964 en omdat ook lijfrenten fiscaalrechtelijk onzuiver kunnen worden, zou hier iets soortgelijks voor moeten worden geregeld. Eigenlijk is het best vreemd dat de introductie van deze IB-tegenhanger nog zo lang op zich heeft laten wachten.
[....]