Lawine van bv’s vervuilt fiscale rechtsorde
Bij dezelfde winst zou de belastingdruk voor een dga ongeveer gelijk moeten zijn aan die voor een inkomstenbelastingondernemer. Globaal evenwicht heet dit in de belastingtheorie. Dit begrip werd in 1966 door F.H.M. Grapperhaus in zijn proefschrift geïntroduceerd. Hij was staatssecretaris in het kabinet-De Jong. In het parlementaire discours wordt nog met enige regelmaat aan deze norm gerefereerd.
Bij een winst van € 150.000 en een dga-salaris van € 75.000 bedraagt het voordeel van de bv maar liefst € 12.327. Bij deze berekening is geen rekening gehouden met extra kosten. Uitgegaan is van reservering van de winst gedurende 20 jaar en discontering van de box 2-claim van 24,5 procent tegen 4 procent 1. Zo kom je tot een fiscale druk in box 2 van 11,18 procent. De gecombineerde 19 procent VPB van en 11,18 procent box 2 bedraagt dan 28 procent. Een inkomstenbelastingondernemer kan daar alleen maar van dromen. Een belangrijk voordeel van de bv is dat de heffing in box 2 langdurig kan worden uitgesteld. Vandaar dat de druk op contante waarde moet worden gesteld.
[....]