Aandelenopties moeten startups aantrekkelijker maken voor talent
Met de nieuwe regeling wordt slechts 65 procent van het voordeel uit kwalificerende aandelenopties als loon belast, waardoor volgens de toelichting een effectief tarief van ongeveer 32 procent ontstaat. Ook verschuift het belastingmoment van het moment waarop aandelen verhandelbaar worden naar de daadwerkelijke verkoop. Daarmee wordt het liquiditeitsprobleem verminderd dat kan ontstaan wanneer werknemers belasting moeten betalen terwijl zij hun aandelen nog niet hebben verkocht. Het kabinet wil zo startups en scale-ups helpen concurrerend personeel aan te trekken en te behouden, juist omdat deze bedrijven vaak onvoldoende financiële ruimte hebben voor hoge salarissen.
Aan het voordeel zijn wel stevige voorwaarden verbonden. De RVO moet de onderneming als startup of scale-up kwalificeren en de regeling is in beginsel gericht op bedrijven met minder dan 250 werknemers en een beperkte omzet of balansomvang. Ook gelden eisen aan onder meer de minimale houdperiode, administratie en verkoop van aandelen. Werknemers met een aanmerkelijk belang en bepaalde lucratieve belangen zijn uitgesloten. Als het parlement instemt, moet de regeling per 1 januari 2027 ingaan, met overgangsrecht voor sommige eerder toegekende opties. Daarmee wordt werknemersparticipatie nadrukkelijker ingezet als instrument om innovatieve Nederlandse groeibedrijven beter te laten concurreren om talent.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op de site van PwC.